Blogpost door Martin Hordijk
Op mrt 21, 2022
LiveMarvelouz
Fouten maken, mag dat?
5
(1)

Op oudejaarsavond heb ik me voorgenomen om dit jaar meer fouten te gaan maken. Niet dat ik gek ben op fouten, integendeel! Ik veroordeel gemaakte fouten én hun makers soms met kracht. Niet altijd met woorden, maar wel in mijn hoofd. Vooral als ik zelf de veroorzaker ben, van het in mijn ogen grote misdrijf, kan de veroordeling soms hard zijn. De schaamte voor het veroorzaken van grote of kleine ongemakken kan me soms lang achtervolgen. En, ik heb dus ook best snel veroordelende gedachten over vermeende fouten van anderen. Je zou dus kunnen denken dat ik maar weinig flexibel en begripvol ben. Naar mezelf, wat mijn eigen probleem is, maar ook naar anderen. Op dat laatste heb ik wat gevonden. Sinds wij nomaden zijn, en meer met andere culturen te maken krijgen, betitel ik potentiële fouten van anderen gewoon als ‘cultuurdingetje’… Okay, misschien dat het volgende verhaal wat meer helderheid verschaft.

Na vijf dagen op de kant te hebben gestaan heeft de vrouwelijke marinero ons zojuist met de grote blauwe, rokende en naar diesel stinkende lift weer in het water laten zakken. Ik doe snel nog wat controles. Komt er water uit de uitlaat? Ja. Ik hol naar de bilge in de voorhut en check of er geen water binnenkomt bij de snelheidsmeter. Nee. Alles lijkt in orde. Als ik weer buiten sta knik ik naar Fran, die er vandaag wel heel erg vroeg bij is. “Todo bien”, roep ik hem toe. Gisteren kon ik hem nog wel achter het Spaanse behang plakken. Maar vandaag is het een nieuwe dag. Ik doe weer erg mijn best alle cultuurverschillen te omarmen.

De banden waarmee de boot in het water is getild hangen nu slap op de bodem van de smalle betonnen bak. Eén voor één gooit Lisa de lijnen los die onze boot op zijn plaats houden. Voordat de wind te veel vat krijgt op de boot, geef ik gas en stuur ik de boot tussen de hoge muren uit, het kanaaltje in. Lisa heeft over een kwartier een videobespreking en verdwijnt ogenblikkelijk naar beneden. Maar dat is niet handig! We moeten namelijk meteen weer aanleggen. De mast hangt losjes tussen de voor- en zijstagen. Ik moest de achterstagen losmaken omdat we anders niet in de lift zouden passen. Voordat we de zee op kunnen moeten de stagen dus weer worden vastgemaakt. Ik zou de mast niet graag verliezen op de hoge golven. Maar ook onze watertanks zijn tot op de laatste druppel leeg, we hebben dus alle reden om eerst nog even aan te leggen bij de dieselsteiger. Maar we zijn nog niet klaar om aan te leggen! De fenders hangen weliswaar op hun plaats, maar de lijnen die we nodig hebben om de boot aan te leggen liggen nog in de bakskist. “Lisa!!”, roep ik weinig begripvol naar beneden. Ik heb haar nu nodig.

Even overweeg ik of ik de boot in mijn eentje zou kunnen aanleggen, maar het kanaal is hier smal en de wind is alweer aangewakkerd. Ik probeer de lijnen uit de diepe bakskist te vissen. “Lisa!!”, roep ik nog eens. Ik heb al een lijn in mijn handen als Lisa de kuip instapt met haar laptop in haar handen. “Ik moet toch eerst een mailtje sturen, dat ik pas later kan aanhaken?” Ze kijkt niet blij. Haastig bevestig ik de lijn midscheeps op de kikker, aan de kant van de dieselsteiger. Net voordat we bij de steiger langszij varen legt Lisa de laptop weg en springt in het gangboord. Ze gooit de lijn om een bolder op de steiger en geeft mij het uiteinde. Ze verdwijnt weer vliegensvlug met de laptop naar binnen en ik leg de boot verder vast. De vrouwelijke marinero, die net nog haar stinkende best deed toen ze de rokende lift bediende, spreekt me nu van boven op de kade aan. “¿Necesita gasoil?”, vraagt ze. Uit haar blikken maak ik op dat ze een “Ja” niet zal accepteren. Nee, ik wil water tanken en ik moet de verstaging nog vastmaken. Ze kijkt nu nog moeilijker. “¡Ahora mismo no lo puede!” Hè? Waarom kan het niet? Ze kan ons toch niet zomaar de zee op bonjouren? Oef… op dit specifieke moment wil ik even helemaal geen cultuurverschillen omarmen.

We trekken aan het kortste eind. De dieselsteiger is het komende half uur bezet, of we het nu willen of niet. Een Duitse lesboot met een groepje cursisten gaat er oefenen met aanleggen. We moeten dus weg. De medewerkster is intussen nergens meer te bekennen. Waar moeten we naartoe dan? Aan de overzijde van het kanaal zie ik gelukkig een vrije plek. In mum van tijd hebben we weer losgegooid en manoeuvreer ik de boot zo dat we achteruitvarend, tegen de wind in, kunnen aanleggen. Halverwege het kanaaltje realiseer ik me dat we nog steeds geen lijnen hebben op de kikkers aan de achterkant. “Lisa, de achterlijnen!”, brul ik naar Lisa, die alweer binnen zit. Door al het gedoe is de online bijeenkomst van Lisa nu natuurlijk compleet in de soep gelopen. De fijne sfeer en onze goede samenwerking zijn al een tijdje zoek.

Even lijkt het erop dat Lisa deze frustratie van zich af wil gooien. Bij de steiger heeft iemand ons blijkbaar in de gaten gehouden en staat nu klaar om onze lijnen aan te nemen. Maar Lisa krijgt het voor elkaar om, tot driemaal toe, een van de achterlijnen vlak voor de man in het water te gooien. Met natte schoenen staat hij te wachten tot hij mij een van de lazy-lijnen kan aangeven, om op de voorkikker te bevestigen. De lijn die waarschijnlijk al jaren onder water woont is vies en glad van de alg. Met mijn arm gestrekt, en zo de lijn ver buiten de boot houdend, loop ik naar voren. Halverwege slipt de lijn echter uit mijn hand. Een lelijk woord glipt zomaar uit mijn mond. Ik schrik ervan, maar het lucht wel op. Als ik weer terugloop naar de steiger, zie ik dat ik zelf de lijn uit het water zal moeten vissen, want onze buurman heeft het voor gezien gehouden.

De aanleiding voor ons verblijf op de kant begint de week voor kerst. Met een zuidenwind in de rug en het voorzeil helemaal uitgedraaid zijn we op weg naar de marina. We zetten er onze coachee weer aan wal [zie ook: Loopbaan Boost]. Met haar hadden we een hele geslaagde week zeilen en coachen achter de rug. Samen evalueren we de coachweek in de kuip. De stuurautomaat staat aan en Lisa en ik houden om beurten een oogje in het zeil. Liever gezegd ‘onder het zeil’, want het genuazeil staat wijduit en belemmert ons het zicht aan bakboordzijde in behoorlijke mate. Ik zie hoe in de verte een zeilboot in onze richting komt varen. Maar hij is nog ver weg en ik twijfel er geen moment aan of hij mij gezien heeft. Omdat de andere schipper op de motor vaart hebben wij sowieso voorrang. Als ik na een vijftal minuten opnieuw polshoogte neem stel ik tevreden vast dat hij me meer ruimte heeft gegeven. Althans, dat meen ik te zien, maar in werkelijkheid blijkt de andere boot in één rechte lijn op ons af te stomen. Als ik nog weer wat later opnieuw onder het zeil doorkijk, zie ik hoe onjuist mijn inschatting is geweest. De boot is inmiddels wel heel erg dichtbij. Ik weet de stuurautomaat nog uit te zetten en geef een ruk aan het stuur om een frontale botsing te voorkomen. Tellen later volgt een enorme dreun. Een korte hevige zijdelingse beweging. Daarna verlies ik mijn evenwicht. Direct daarop komt de andere boot ons aan bakboord met een lang schurend geluid voorbijschuiven.

Perplex kijken we elkaar aan. In minder dan een tel is het gevaar alweer achter ons verdwenen. “Wat was dat?”, roept Lisa, die net zo verbouwereerd is als ik. Onze coachee staat met grote ogen om zich heen te kijken, terwijl ze de tafel in het midden van de kuip angstvallig vast blijft houden. Het besef, dat we even daarvoor een aanvaring hebben gehad, daalt maar langzaam in. Het zeil staat nog vol en het lijkt ergens alsof er niets is gebeurd. Snel controleer ik de schade. Een grote bruine streep op de zijkant verraadt dat we écht een aanvaring hebben gehad. De andere boot lijkt onverstoorbaar haar weg te willen vervolgen. Ik neem snel een besluit en wil de boot achterna varen. We nemen de genua weg en zetten de achtervolging in. Het duurt nog zeker vijf minuten voordat hun boot snelheid mindert en ik onze boot langszij kan sturen. Er staat een flinke wind, de golven zijn hoog en ik heb alle aandacht nodig om niet zelf een aanvaring te veroorzaken. Aan boord zie ik een man achter het roer. Een vrouw staat halverwege het gangpad en houdt haar hand aan de reling. Ze verontschuldigt zich in slecht verstaanbaar Engels. Uit wat ze vertelt maken we op dat zij, haar man of allebei lagen te slapen. Oef, dat klinkt wel erg onhandig, maar tegelijkertijd ben ik opgelucht: de schuldvraag wordt dus niet betwist. We spreken af dat we ze later die dag zullen bellen.

En terwijl we de laatste paar mijl naar de Marina afleggen realiseer ik me dat we door het oog van de naald zijn gekropen. Het had veel erger kunnen aflopen. Hoe had dit kunnen gebeuren? Lisa en ik hadden toch allebei de boel in de gaten gehouden? Waren we zo afgeleid geweest door het gesprek met onze coachee? En waarom stond het AIS-alarm niet aan? Gemakzucht? Het was een tochtje van slechts acht mijl op bekend terrein. Als het alarm wel had aangestaan waren we op tijd gewaarschuwd voor de boot op ‘ramkoers’. Onze evaluatie heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een zoektocht naar excuses. Onze coachee zoekt heel lief met ons mee. Ze voelt waarschijnlijk op haar klompen aan dat we het moeilijk vinden om deze ‘fout’ een plekje te geven. Maar het oordeel staat al klaar in mijn hoofd: ik ben de professional en had de tegemoetkomende boot dus nooit uit het oog mogen verliezen. Het gevoel van schaamte laat me voorlopig niet meer los. Als we later die dag weer samen zijn vraag ik Lisa of ze het voorval aan niemand wil vertellen.

[Spoiler-alert: Het duurt nog enige tijd voordat ik mezelf de fout kan ‘vergeven’ en besluit dat ik er zelfs een blog-verhaal over ga schrijven. Zou het een mogelijke oplossing kunnen zijn om wat milder te worden naar mezelf?]

En Fran, de man op de werf? De man die ik in mijn verhaal zo vriendelijk bedankte voor zijn diensten? Fran is de baas van de technische staf in de marina. De avond na onze ‘aanvaring’ zoeken we contact met de ‘andere partij’ en met de verzekering. Voor een offerte van de reparatie heeft de jongen achter de balie van de marina me beloofd, dat hij Fran naar ons toe zou sturen. De daaropvolgende dagen liggen we in de marina, maar we hebben een druk programma. Omdat ik de eerste dag niets van Fran heb vernomen, stuur ik hem via Whatsapp de vraag of hij zelf de boot wil bezoeken om een offerte voor ons te maken. De dag voor ons vertrek uit de haven hebben we echter nog steeds niets van Fran gehoord. We hebben de beschikking over een huurauto en het plan is om die dag de berg El Teide te bezoeken. In een poging toch nog een en ander naar mijn hand te zetten loop ik het hele haventerrein over, op zoek naar Fran. Op de werf waar de reparaties worden uitgevoerd vraag ik diverse mensen naar Fran, maar uiteindelijk keer ik onverrichterzake weer terug naar de boot. Ik baal en voel me niet serieus genomen. Maar als Lisa en ik even later in onze huurauto het haventerrein afrijden komt het witte autootje van de technische staf ons in tegemoetkomende richting voorbijrijden. “Dat moet Fran zijn!”

Na mijn tweede achtervolging in een week tijd, blijft Lisa in de auto op me zitten wachten. Met Fran en zijn collega ga ik de schade bekijken op de boot. Direct onder de naam van de boot, op de boeg, zit de meest zichtbare schade. Een niet al te diepe, maar brede kras. Volgens Fran zijn de krassen met witte gelcoat te repareren. Ik vind alles best, zolang het maar weer wordt opgelost. Niet veel later sta ik samen met Fran en zijn collega in het krappe kantoortje van de marina. Fran instrueert de jongen achter de balie om een offerte te maken. Even later besluit de collega van Fran ook achter de balie zijn steentje bij te moeten dragen aan het maken van mijn offerte. De efficiëncy van het proces neemt pas echt serieuze vormen aan als ook de twee andere baliemedewerkers zich ermee gaan bemoeien. De gasten die na mij zijn binnengekomen moeten denk ik nog maar even wachten.

Achter de balie heeft Fran zich losgemaakt uit een vrolijk onderonsje met een van de vrouwelijke medewerkers. Te midden van alle drukte komt hij dicht op me staan. Op samenzweerderige toon suggereert Fran me dat ik tegen de verzekering moet zeggen, dat de boot rondom moet worden gepolijst. Door de reparatie met gelcoat ontstaat er namelijk vast een kleurverschil. “¡Por supuesto!”, reageer ik, want ik wil natuurlijk geen kleurverschil. Een flinke poos later komt Lisa polshoogte nemen. Ze wil weten hoelang het nog gaat duren. Maar dat weet ik niet! Ik heb geen idee waarop ik überhaupt sta te wachten. Achter de balie is er een nieuwe kwestie bijgekomen waar iedereen zich over ontfermen kan. De printer weigert dienst. Pas na een tijdje begrijp ik dat het ook mijn probleem is: ik heb ongewild staan wachten op een papieren versie van de offerte. Nadat ik de toezegging krijg dat de offerte per e-mail zal worden toegestuurd verlaat ik opgelucht het benauwde kantoortje. Ruim anderhalf uur later rijden Lisa en ik voor de tweede keer het haventerrein af om te beginnen aan ons bezoek aan El Teide.

Met de offerte konden we de verzekering om toestemming vragen voor de reparatie. Toen we het positieve antwoord kregen waren we bezig met een verkenning van het eiland. We lagen in een marina aan de noordzijde van Tenerife [zie ook: Geprikt op El Hierro]. We hadden geen gasten en dus alle tijd om met een huurauto rond te rijden. Die huurauto kwam ineens goed van pas. We moesten voor de reparatie natuurlijk eerst een afspraak maken met de marina. En normaliter zouden we daarvoor bellen of een mailtje sturen. Maar Lisa en ik hadden allebei weinig hoop op een goede afloop van zo’n, voor de hand liggende, transactie. De baliemedewerkers in de marina zijn echt allervriendelijkst… zolang je in het kleine kantoortje voor de balie staat. Maar alle keren dat we van tevoren een plekje in de marina wilden reserveren werd op onze e-mails en telefoontjes in het geheel niet gereageerd!

Veel zeilers die we hier ontmoeten herkennen zich in onze ervaringen. Niet alleen met deze marina, sommigen ervaren het, net als ik, als een typisch ‘cultuurdingetje’. Wanneer we op een dag naast Alessandro liggen, wederom in deze zelfde Marina, heeft hij echter een nog schrijnender voorbeeld van deze, in onze ogen, weinig klantvriendelijke benadering. Dagenlang zeilt hij, in slecht weer, voor de haven heen en weer. Zijn dynamo werkt niet meer en daardoor is de accu leeg geraakt. Omdat hij zonder accu ook niet meer kan ankeren is Alessandro gedwongen te blijven zeilen. Al die tijd probeert hij te bellen en mailen met de marina, maar zij geven geen enkele reactie. Wanneer Alessandro uiteindelijk in de marina geraakt, en zijn verhaal gaat halen bij de oficina, ontkennen ze zijn versie van het verhaal: ze nemen de telefoon altijd op. Tja, of het verhaal waar is of niet, Lisa, die met de huurauto het hele eiland over reed, om in eigen persoon een afspraak te maken voor de reparatie van de boot, ving alsnog bot. Een afspraak maken kan alleen maar “por email”, vertelde de jongen achter de balie haar.

In gedachten laat ik de afgelopen weken nog eens voorbijtrekken. We sturen de ‘jongen achter de balie’ zeker vijf e-mails, maar niet één daarvan wordt beantwoord. Als we weken later opnieuw in de buurt van de marina zijn, besluiten we weer zelf langs te gaan. Met de boot aan de dieselsteiger melden we ons in het kantoortje. We hebben geluk: de jongen achter de balie is er niet en zijn vrouwelijke collega regelt doeltreffend en snel een afspraak voor volgende week zondag. We zullen om negen uur het water worden uitgetild en kunnen dan meteen aan onze boot werken.

Een week later liggen we, op zondagochtend om elf uur, nog steeds te wachten om het water te worden uitgetild. Ik ben het wachten beu en via de marifoon doe ik meerdere oproepen. Niemand geeft antwoord, maar zo’n vijf minuten daarna volgt dan toch een oproep van de marina. We kunnen komen. Nadat we het smalle hoge straatje zijn ingevaren duurt het niet lang meer voordat de boot in de grote banden hoog boven het water hangt. We hebben de achterstagen moeten losmaken, maar verder verloopt alles vlekkeloos. Als de boot eenmaal veilig boven het asfalt hangt spuit een van de marineros met een hogedrukspuit de aangroei van de onderkant. Daarna verdwijnt de marinero weer. De boot hangt nog steeds in de lift en Lisa en ik staan er wat verloren onder. Lisa wil aan het werk op haar laptop, maar alles ligt nog in de boot. Terwijl ze diverse telefoontjes pleegt op een bankje in de schaduw, schraap ik met een plamuurmes de laatste viezigheid van de bodem. Ik merk dat ik geïrriteerd ben. Wat was nu eigenlijk de afspraak? Zou Fran niet komen om met de reparaties te beginnen? Hoewel, op zondag? Hebben we dat dan helemaal verkeerd begrepen? Met een ladder, die ik op het terrein vind, haal ik de spulletjes uit de boot die we gisteravond al hebben klaargezet. Toen Lisa vorige week in de oficina had gevraagd of we op de boot mochten blijven slapen, kreeg ze te horen dat dat onder geen beding zou mogen. Vol bepakt vertrekken we daarom even later, op onze fietsjes, naar een appartement in de buurt.

De volgende ochtend sta ik alweer vroeg bij de boot. Ik had verwacht dat deze inmiddels ergens op een bok op de werf zou staan, maar al vanaf grote afstand zie ik onze boot nog steeds in de lift hangen. Rond tien uur begint het druk te worden op de werf. Er komt een enorme kraanwagen naast onze boot te staan. Vanaf een grote vrachtwagen worden enorme blokken beton getild. Het zijn grote contragewichten waarmee de kraanwagen zichzelf nog verder stabiliseert. Tegen half elf komt het witte autootje van de technische staf de werf oprijden. Fran zoekt me op onder de boot. Laconiek legt hij uit dat er nog niet aan mijn boot kan worden gewerkt, omdat mijn boot nog niet op zijn plaats staat. Ik vraag hem waarom mijn boot dan niet op zijn plaats wordt gezet. Fran zet nog een stap in mijn richting en begint te fluisteren. Als ik meer dagen op de kant moet staan, zo vertelt hij me in vertrouwen, en de marina wil me daarvoor laten betalen, dan moet ik dat gewoon weigeren. Maar betekent dat, dat hij er al vanuit gaat dat het langer gaat duren? “Seguro!”, maar hij voegt eraan toe dat het niet mijn schuld is en dat ik dus vooral niet moet betalen.

Nadat Fran in zijn witte autootje is verdwenen krijg ik nogmaals bezoek. Een man met een grijs baardje heeft me al drie keer eerder staan observeren en spreekt me nu eindelijk aan. In het Engels, maar met een Duits accent, vraagt hij of ik de boot van antifouling ga voorzien? Ja, dat ben ik wel van plan. Hij lijk niet erg tevreden met mijn antwoord. Ik vraag hem waarom hij dat wil weten. Dan vertelt hij me dat hij al vanaf negen uur staat te wachten. Ook zijn boot zou uit het water worden getild, maar omdat mijn boot nog steeds in de lift hangt maakt hij zich wat zorgen. ‘Tja, de dingen gaan hier niet altijd zoals in Nederland of Duitsland’, zeg ik, terwijl ik me glimlachend bedenk dat ik in elk geval niet meer alleen ben.

Later die dag wordt duidelijk waar de vertraging door wordt veroorzaakt. De kraan is ingehuurd om een grote catamaran uit het water te tillen. Het karwei duurt nog een hele poos en pas aan het eind van de middag kan onze boot op zijn plek worden gezet, naast de fonkelnieuwe catamaran. En dan is eindelijk ook de man met de baard aan de beurt. Hij vertrekt opgewekt naar huis. Morgenvroeg gaat hij aan de slag met het schoonmaken van zijn boot. Mijn Duitse buurman van de catamaran is al bijna twee uur bezig met zijn grote schoonmaak. Met een big smile loopt hij onder zijn boot door met de hogedrukspuit van de haven. Maar ik ben niet zo tevreden. We hebben het appartement voor twee nachten gehuurd, maar omdat ik de rest van de dag, noch Fran, noch een van zijn medewerkers heb gezien, kan ik wel op mijn vingers uitrekenen dat we een nacht zullen moeten bijboeken.

Ook op dinsdag wordt me snel duidelijk dat er niet veel aan mijn boot zal worden gewerkt. De medewerkers van Fran zijn weliswaar aan het werk, maar niet onder mijn boot. Zeker vier medewerkers zijn onder de grote catamaran bezig met het schuren van de bodem. Stephan, de eigenaar van de grote catamaran, vertelt me dat hij zijn boot nog geen jaar geleden nieuw gekocht heeft. Hij heeft goed geboerd toen hij zijn bedrijf in Duitsland verkocht. Ik durf hem niet te vragen voor hoeveel geld hij Fran heeft ingehuurd, maar ik begrijp inmiddels wel dat de prioriteit van Fran ergens onder zijn catamaran moet liggen. Als Fran zich later op de middag even laat zien trek ik hem naar me toe. Op samenzweerderige toon fluister ik hem toe dat ik het niet erg netjes vind dat hij zich niet aan zijn afspraak met mij houdt. Een beetje geschrokken belooft Fran me, “Mañana, todo estará listo”. Morgen is dus alles klaar? Fran zegt me toe dat hij met de marina gaat regelen dat we op de boot mogen blijven slapen.

Op woensdag is er geen Fran, maar wel werken er twee jongens aan onze boot. Fran heeft me beloofd dat ze er de hele dag zullen zijn. Maar het werk vlot gestaag en rond de lunch hebben ze de schade weggewerkt en de helft van de boot gepolijst. Wanneer ze beginnen met opruimen krijg ik een vervelend gevoel in mijn buik. Wat nu weer? Ik vraag een van de jongens om een toelichting. Ja, ze zijn klaar! Ze hoeven maar één helft te polijsten. Wat nu? Ik vertel de jongen dat er op de offerte staat dat er 26 uur aan mijn boot gewerkt gaat worden. Tja, dat vindt hij ook wel veel voor één kant van de boot. ‘Maar misschien is er een misverstand!’, zegt hij, terwijl hij wegloopt met de telefoon al in zijn hand. Even later vertelt hij me dat hij met Fran heeft gebeld. Het klopt toch: ze hoeven maar de helft van de boot te poetsen. ‘Maar,’ sust de jongen me, ‘maak je geen zorgen, wij doen de andere kant ook wel even.’ Twee uur later hebben de jongens de hele boot gepolijst. Ik ben best tevreden met het resultaat, hoewel ze bij lange na geen 26 uur hebben gewerkt. Ze hebben zelfs wat extra dingetjes gepoetst. Voordat ze vertrekken bellen ze met Fran. Ze laten hem weten dat ze klaar zijn en willen vertrekken. Even later vertelt de jongen me dat het mysterie waarschijnlijk is opgelost. Volgens Fran was het namelijk zo dat de verzekering de ene helft van de factuur zou betalen en ik de andere. Met stomheid geslagen luister ik naar de uitleg. ‘En, oh ja… morgenochtend om half acht gaat de boot weer het water in.’

Die nacht slapen Lisa en ik op de boot. Net als alle andere booteigenaren op de werf trouwens. Het is echt een hele uitdaging om de regels hier goed te begrijpen en vervolgens op geheel adequate, Canarische wijze, toe te passen. Maar ik heb al wel geleerd dat het soms beter is om gewoon niets te vragen. Om acht uur komt de vrouwelijke marinero me vragen of ik de rekening al heb betaald. Wat denkt ze nu? Dat ik zonder betalen wil vertrekken? “¡Claro qué sí!”, brom ik, maar ik moet het nog wel eerst bewijzen. Dan komt ook Fran me nog even opzoeken. Die is vroeg voor zijn doen! Maar ik heb me voorgenomen om nergens over te beginnen. In plaats daarvan complimenteer ik hem met mijn mooi gepoetste boot. Hij klinkt oprecht dankbaar. Zou het dan toch allemaal een misverstand zijn? Gegeneerd bedenk ik me dat al onze gesprekken in het Spaans zijn. De kans op misverstanden is dus best heel groot. Twee uur later dan afgesproken wordt de boot, in een walm van stinkende diesellucht, in het water getakeld. Ik zie nog net waarom we, voor Canarische begrippen, zo snel in het water liggen. In de verte rijdt een grote kraanwagen de werf op en parkeert naast de grote catamaran.

Wat vind je van deze post?

Klik op een ster om dit verhaal te beoordelen!

Omdat je dit bericht interessant vond...

Deel dit verhaal op jouw sociale media!

Martin Hordijk

Bootleven

Dit is een serie verhalen over het leven aan boord. Over hoe we het roer hebben omgegooid. Over Lisa en mij. Alledaagse situaties op een humoristische en soms gevoelige manier. beschreven. Op termijn hoop ik dat deze verhalen een geheel vormen en dat ik een vorm vind om ze te publiceren.

In deze reeks

Overige reeksen

6 Reacties
  1. Jan van Berkel

    Wat een mooi en openhartig (en lang 😅) verhaal!

    Antwoord
    • Martin Hordijk

      Dank je Jan! Enneh, begrijp ik goed dat je het té lang vindt? 😯

  2. Tomas

    Interessant! Door geen fouten te maken, wist je niet dat het een fout was. Toen dacht je dat het ‘goed’ was. Als je er maar van leert, om de fouten in de toekomst niet te herhalen.

    Antwoord
    • Martin Hordijk

      Sindsdien staan we doorlopend ‘aan’ @Tomas! 😁

  3. Jacomien

    Lief, lief broertje….wat vind ik dit een heerlijk herkenbaar verhaal. Op alle fronten. Hoe het in zijn werk gaat op de werf, de communicatie met de werklui, de cultuur….en vooral wat doet het met jou? Het is een mooi verhaal. Ben heel benieuwd hoe het nu verder gaat. Met jou. En je oordelen. En je mildheid. 💋

    Antwoord
    • Martin Hordijk

      Dank je lief zusje! En tja, mildheid is niet altijd makkelijk, maar ik doe erg mijn best! 😄😘

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.