Blogpost door Martin Hordijk
Op feb 13, 2022
LiveMarvelouz
Geprikt op El Hierro
5
(2)

We zitten aandachtig te luisteren naar de onverwachte bezoekers bij ons in de kuip. Toen Lisa en ik ze uitlegden dat we graag een boosterprik zouden willen, vertelden ze dat ze die op El Hierro wel erg eenvoudig hadden bemachtigd. Er was geen gedoe met het maken van afspraken, geen balies om je te melden en al helemaal geen rijen op straat. De bus naar het ziekenhuis, zo begrijpen we, vertrekt vanuit de haven, dus als we daar zijn kunnen we onmogelijk de verkeerde bus nemen. Het hele verhaal over het prachtige en rustige El Hierro sluit naadloos aan bij dat van de andere El Hierro-gangers. Omdat we het eiland graag willen verkennen hebben we de afgelopen dagen diverse voorbijgangers in de haven bevraagd over hun ervaringen op dit kleinste bewoonde Canarische eiland. Na nog een biertje hebben we, dankzij ons baatzuchtig vragenvuur, alle details van hun boosterprik-ervaringen nauwkeurig in kaart gebracht. Natuurlijk blijkt dat het allemaal nét wat genuanceerder ligt. Het kostte ze maar liefst vijf keer heen en weer rijden naar het ziekenhuis, maar ze hadden een autootje gehuurd en het viel ze allemaal erg mee. Het maakt ons niet meer uit. We zijn vastbesloten om, zodra de wind goed staat, de haven van La Palma te verlaten om onze prik te laten zetten op El Hierro.

Lisa en ik zijn bezig met iets dat lijkt op een soort van ‘vakantie’. We zijn weliswaar erg druk met het schrijven en weer herschrijven van teksten (voor andere websites die onze coachingreizen zullen aanbieden) maar tussendoor nemen we ook de tijd om de eilanden te verkennen. Het begon met de groene en wat rustiger westkust van Tenerife en nu liggen we alweer een paar dagen in de haven van La Palma om ook dit eiland te verkennen.

La Palma is een prachtig en veel groener eiland dan de andere eilanden die we tot nu toe hebben bezocht. Maar het voelt vreemd dat zich hier slechts een paar maanden geleden een ramp heeft afgespeeld. Meer dan 7000 mensen moesten vluchten voor de lava die hun huizen verslond. Vlak bij onze haven zijn twee brede lavastromen de zee ingelopen. Een compleet dorp verdween hier onder de lava. Tijdens een ‘rennetje’ in de buurt besluiten Lisa en ik naar de nog rokende opening van de Montaña Rajada te rennen. Maar zover komen we niet. Zes kilometer verder lopen Lisa en ik bedremmeld langs een afzettingslint dat verder lopen moet verhinderen. We lopen vlak onder het ogenschijnlijk uitgeharde, metershoge lava. Waar we nu staan zie ik de resten van een uitgebrand restaurant dat aan de achterzijde slechts geschampt lijkt te zijn door de lavastroom. Een paar ouderen staan enkele meters verderop zachtjes met elkaar te praten. Een vader verliest zijn twee rennende kinderen uit het oog terwijl hij de gestolde berg aan het beklimmen is. Zou hij op zoek zijn naar de resten van zijn huis? Toen we hiernaartoe renden voelde ik me bekeken. Wij zijn ramptoeristen en de dorpelingen, die vanwege de giftige dampen nog steeds niet terug mogen naar hun ongedeerde huizen, keken ons verwijtend aan.

Sprakeloos lopen we langs het drama. Als we even later weer terug naar beneden rennen, zien we voor de derde keer een pick-up rijden, vol met rommelig huisraad. ’s Avonds bekijk ik op mijn laptop bewegende beelden van wat zich hier af heeft gespeeld. Hoe moet het zijn geweest voor de mensen die hun huis, spulletjes en wellicht ook hun huisdieren zijn kwijtgeraakt? De dagen die volgen verkennen we het eiland met een huurauto. Op het hele eiland lijkt een soort voorjaarsschoonmaak aan de gang. Overal zijn wegen afgezet om opnieuw te worden geasfalteerd. Straatvegers zien we overal en op de meest onlogische plekken staan dichtgeknoopte zakken met vulkaanas. La Palma is een werkelijk prachtig eiland. De mensen hebben zich ogenschijnlijk niet laten kisten en zetten er massaal de schouders onder, maar het bedrukte gevoel dat zich van mij meester heeft gemaakt, rijdt op de achterbank al die tijd met mij mee.

Twee dagen later varen we de haven van El Hierro binnen. Ik heb al meerdere pogingen gedaan om de havenpolitie via de marifoon op te roepen, maar aan de andere kant van de lijn bleef het volkomen stil. Ook de wind, die ons op de valreep nog overviel en ons dwong het ‘lichtweerzeil’ haastig weg te nemen, is nu volledig verdwenen. Geluidloos glijdt de boot in een van de vrije boxen in de vrijwel verlaten haven. Ten noorden en westen is de haven beschermt door hoge steile rotswanden. Een beeld dat we inmiddels kennen van veel havens op de Canarische Eilanden.

Als het lukt willen we morgenochtend naar het ziekenhuis voor onze boosterprik. Zittend in de kuip zien we hoe de weg zich in vele bochten omhoog kronkelt. Normaal gesproken zouden we fietsend naar het ziekenhuis zijn gegaan, maar helaas is mijn vouwfiets al sinds onze eerste Canarische week onherstelbaar geveld. De off-road weggetjes met de vele lavastenen betekenden het einde voor de ingenieus vouwbare stuuras. Inmiddels heeft Lisa op haar mobiel de vertrektijden van de bus bestudeerd. Het lijkt inderdaad niet al te moeilijk. De bus gaat eens in de twee uur naar het acht kilometer verderop gelegen ziekenhuis.

De volgende morgen zitten we, bijna een half uur voordat de bus vertrekken zal, te wachten op een bankje voor het kantoor van de havenpolitie. Ik wilde ons nog even inschrijven, maar de vriendelijke beambte vraagt me ‘un minuto’ later terug te komen omdat zijn kantoor wordt schoongemaakt. En inderdaad een Spaanse dame is druk bezig te vegen in zijn kantoor. Ik vertel dat we naar het ziekenhuis gaan en dat ik later zal terugkomen. Als ik het kantoor uitloop zie ik een bus het parkeerterrein oprijden. Ik ren er haastig naartoe en vraag de buschauffeur of hij naar het ziekenhuis gaat. De man kijkt bedenkelijk en zegt dan: “No!”. Tevreden loop ik weer terug naar Lisa. Een Duits koppel heeft blijkbaar wel een passende bestemming want zij stappen wél de bus in. Maar ónze bus laat lang op zich wachten. Drie kwartier later doe ik mopperend mijn beklag bij de man van de havenpolitie terwijl ik de boot door hem laat inschrijven. Ik wil van hem weten of het vaker gebeurt dat een bus helemaal niet komt opdagen. Dan legt hij me uit dat er maar één bus is. Maar dan was het de bus die we moesten hebben? De man geeft te kennen dat de buschauffeur zo zijn gebruiksaanwijzing heeft. Ik had niet moeten vragen of hij naar het ziekenhuis ging, maar of hij zou stoppen in de buurt van het ziekenhuis. Ik besluit mijn bedenkingen over deze chauffeur nog maar even voor me te houden, want ik zit met nog een probleem. We moeten nog steeds naar het ziekenhuis en blijkbaar zijn de bustijden niet erg betrouwbaar. Hij neemt me mee naar een kopietje van de bustijden dat in zijn kantoor achter de geopende buitendeur hangt. De bustijden op Google lijken niet overeen te komen met de vertrektijden hier in de haven, maar met de vertrektijden op het begin- en eindpunt van het traject. De haven ligt halverwege het traject en de vertrektijd is dus ongeveer halverwege de vertrek- en aankomsttijd op het traject.

Ik maak snel nog een foto van de bustijden en eenmaal op de boot bepalen Lisa en ik het tijdstip voor onze nieuwe poging. Ongeveer twee uur na vertrek van de eerste bus, komt deze opnieuw het terrein van de haven oprijden. Een jong Duits stel staat even verderop te wachten. Ze lopen snel in de richting van de bus. Ze willen ook mee, dat is duidelijk. Ongeveer 50 meter de andere kant op komt nog iemand in beweging. De jongeman loopt achter de bus aan die een wijde boog maakt om het parkeerterrein heen. Even stopt de bus en geeft dan vol gas in de richting van de uitgang van het terrein. Lisa reageert instinctief. Al rennend verspert ze de vluchtroute van deze eigenaardige chauffeur. Ze vraagt hem in het Engels door het geopende raampje of de bus naar het ‘hospital’ gaat. Wederom is zijn antwoord ontkennend, maar dan wil Lisa weten of hij misschien in de buurt komt van het ‘hospital’. Ja, dat wel. Het jonge stel en de man zijn inmiddels ook bij de bus en lopen achter ons aan de bus in.

Ons tochtje naar Valverde duurt een kleine vijftien minuten. We stappen uit aan het begin van de straat waar het ziekenhuis moet zijn. Terwijl de bus zijn weg vervolgt kijk ik deze nog eens venijnig na. Het ‘hospital’ ligt tweehonderd meter verder omhoog. Bij de zijingang, zien we de bekende tentjes die je overal bij de verschillende priklocaties tegenkomt. Er staat een dame in een witte zorgbroek. Bij de andere ingang schuifelen enkele bejaarden naar binnen. Daar begint vast het bejaarden-inloop-spreekuur en dus stap ik op de juffrouw af bij de zijingang. Ik vertel dat we ons willen laten vaccineren, maar nog voor ik mijn verhaal tot een einde heb gebracht verwijst ze ons naar de andere ingang. Daar aangekomen stappen we samen met nog wat anderen de gang in. Zonder dat er iets wordt gezegd krijgt iedereen een vers mondkapje en een flesje met handgel uitgereikt. De andere bezoekers schijnen te weten waar ze naar toe moeten wat al snel zijn ze verdwenen en staan Lisa en ik nog ongemakkelijk bij de buitendeur. Aan de dame die van ons de handgel weer terug wil hebben leg ik uit dat we Nederlanders zijn die reizen met de boot en dat we ons willen laten vaccineren. Ze vindt het schijnbaar geen alledaags verhaal en reageert door er een collega bij te roepen. Achter ons verschijnen alweer wat nieuwe bezoekers in de deuropening, maar de twee dames staan ons nu uitgebreid samen te woord. Ze praten allebei echter zo snel dat ik er maar weinig van begrijp. Lisa pikt uit hun verhaal op dat we onze Europese zorgkaarten moeten laten omwisselen voor Spaanse. Ze verwijzen ons naar het ‘Centro de Salud’. Is dit een voorbeeld van de Spaanse bureaucratie, of wat? Maar Lisa die allang heeft begrepen dat zich achter de zijingang het ‘Centro de Salud’ bevindt neemt me snel mee. We lopen de enkele meters terug naar de zijingang waar de dame in haar witte zorgbroek is vertrokken. De kust is dus vrij en we lopen door naar de balie. Bijna een heel uur sta ik daar. Lisa laat me weten dat ze in een zijgang van de wachtkamer gaat zitten omdat ze een videocall heeft. Ik blijf geduldig wachten, hoewel ik niet goed weet waarop. We hebben allebei een formulier ingevuld en de dame achter de balie is dat aan het overtypen op de computer. Soms lacht ze vriendelijk naar me. Dan glimlach ik terug. Een paar keer al heeft ze gezegd dat ze klaar is, maar wil dan toch nog wat aanvullende informatie of vraagt ze om verduidelijking van de gegevens op het formulier. Als ik dan eindelijk afscheid van haar kan nemen heb ik een afspraak voor na het weekend. Ik ben helemaal blij.

Terwijl Lisa in de drukke wachtkamer haar stoel heeft omgedraaid en de andere bezoekers de rug heeft toegekeerd ga ik in het dorpje op zoek naar een huurauto. Een van de vijf autoverhuurbedrijven die Google voor me gevonden heeft ligt aan de weg terug naar de haven. Ik wil alle bedrijven langs en dit lijkt me de beste start van mijn ‘tour’. Als ik twintig minuten later voor het juiste nummer stop blijk ik voor een garagebedrijf voor vrachtwagens te staan. Een verhuurbedrijf met dezelfde naam bevindt zich in het centrum van het dorp. Ik loop het hele stuk weer terug, maar het betreffende bedrijf kan ik nergens vinden. Het derde verhuurbedrijf op mijn lijstje blijkt een vergeelde poster op een dichtgemetselde muur. Afgebeeld staan een vrachtwagen, een terreinwagen, een grote sedan, een middelgrote auto en een fiat panda. Zoveel auto’s op zo’n klein eiland? Ik besluit het informatienummer op de poster pas te bellen als ik ook de laatste optie heb gehad. Op de deur van nummer vier prijkt een bordje met: “Estamos en el aeropuerto. Llámenos a uno de los siguientes números.” Bij het laatst vermelde verhuurbedrijf staat de deur open en er is zowaar iemand aanwezig. Maar ik heb geen geluk. Terwijl ik naar buitenloop pak ik mijn mobiel. Ik heb nog een allerlaatste troef. Ik heb zojuist van René (een kennis die we onlangs in de haven op La Palma opnieuw tegenkwamen) een appje gekregen waarin hij laat weten dat het busstations ook auto’s verhuurt. In de hal van het busstation spreek ik twee Spaanse dames aan die voor een loket staan te wachten. Ik vraag ze naar de mogelijkheid om een auto te huren. Dan moet ik de man achter de glazen ruit hebben. Ze wijzen naar een dikke man die achter zijn bureau aan het bellen is. Even later trekt één van de dames mijn aandacht en vertelt me dat er geen auto is. Ik ben wat verbaasd, gaat zij ineens over de auto’s? Maar dan zwaait de deur van het kantoortje open en de dikke meneer kijkt me norsig aan. Afwisselend wanhopig en teleurgesteld kijk ik terug, maar hij verdwijnt weer in zijn afgesloten kantoor nog voor ik weet wat ik zeggen wil.

Even later loop ik weer richting het ziekenhuis. Ik stuur nog een WhatsApp berichtje naar een van de autoverhuurbedrijven. Lisa zit buiten op een muurtje bij de zijingang van het ziekenhuis, maar is nog druk aan het bellen. Ik lees het appje van René nog een keer want daarin legt hij ook uit hoe je via een wandelpad rechtstreeks vanuit de haven naar het dorpje loopt. Stijl, maar een stuk korter dan de route via de weg. Lisa had al eerder laten weten dat ze het prima vond om terug te wandelen. Dan hoeven we niet op de bus te wachten.

Een klein half uur later neem ik Lisa mee naar de rand van het dorpje. Tussen de tuinen, en braakliggende stukken grond vinden we een pad dat naar beneden loopt. Het ziet er wat gek uit. Ik heb het idee dat we dwars door de privé tuintjes lopen van de mensen die hier wonen. Dan maakt een geel-witte markering een einde aan de onzekerheid. Dit is een wandelpad. We lopen verder, over een rommelig pad vol met lavastenen en omgemaaide cactusresten door. Ik moet lachen want Lisa loopt, notabene vandaag, op laarsjes met hakken. De weg is nog niet erg stijl, maar de komende vijf kilometer zullen we bijna zeshonderd meter dalen. We hebben uitzicht op een grote groene kloof, een berg van lava en daartussen, op de schuine helling, het stadje Valverde. Ook ik heb niet echt de juiste schoenen aan, maar de wandeling en de schoonheid van de natuur maken veel goed. Terwijl we foto’s maken en voorzichtig naar beneden zigzaggen weet Lisa zelfs nog haar appjes bij te werken. Regelmatig hoor ik hoe ze weer een nieuw berichtje voorleest aan haar mobiel. Maar ik glijd steeds vaker weg over het losliggend gruis en de weg wordt steeds onbegaanbaarder. De cactussen zijn hier niet meer weggemaaid en agaves hangen breed over het pad. Met een harde gil laat Lisa weten het slachtoffer te zijn geworden van een botsing met een van de harde punten van een agave. Een steeds groter wordende rode vlek in haar broek ondersteunt het bewijsmateriaal. Een kleine tien minuten verder is het pad, dat tussen twee half ingevallen stenen muurtjes loopt, volledig onbegaanbaar geworden. Enorme agaves, grote schijfcactussen en daar tussendoor lange takken van verdroogde doornstruiken maken verder lopen onmogelijk. Lisa suggereert dat we kunnen omlopen en ik klim op het muurtje om te zien of die mogelijkheid er is.

Als ik boven op het muurtje sta zie ik dat het pad verdiept is en dat het goed mogelijk is om een stukje bovenlangs tussen de drakenbloedbomen te lopen. Een meter of tien verder lijkt het infarct van cactussen en doornstruiken te zijn opgelost, maar ik maak me inmiddels wel zorgen. Het lijkt wel of dit pad helemaal niet onderhouden wordt. Twintig meter verderop zijn we wederom genoodzaakt bovenlangs te gaan, maar daar staan veel drakenbloedbomen. Terwijl we ons tussen deze Canarische zeldzaamheid heen worstelen blijft een wit plakkerige substantie aan onze handen, armen en benen kleven. Ik wil liever niet terug, maar ik snap wel dat Lisa met haar hakken liever een andere route volgt. We besluiten toch de gok te nemen. In de verte zien we het vliegveld liggen en daar niet ver vandaan ligt de haven. Zo ver kan het dus niet zijn? Maar de wandelapp op mijn mobiel laat zien dat we pas een heel klein stukje van de route hebben gelopen. Terug op het pad klimmen we over agavebladeren heen. We kruipen onder doornstengels door en worstelen tussen de plakkerige takken van de drakenbloedbomen. Naarmate het pad onbegaanbaarder wordt, word ik onvoorzichtiger. Ik schop soms driftig om me heen in de hoop dat ik de natuur hier imponeren kan. Het gevolg is dat ik steeds meer onder de krassen kom te zitten. Even later zien we in de verte een huis en we vervolgen het pad in die richting. Maar na een tijdje bemerk ik dat we ons niet meer op het juiste pad bevinden. We lopen terug en zien hoe de enorme stengels van twee uitgebloeide agaves ons het zicht op de juiste afslag hadden belemmerd. Maar achter deze versperring kunnen we met de beste wil van de wereld geen pad herkennen. Na tien minuten ploegen, onze kleren volledig geruïneerd, ben ik zo gefrustreerd dat ik het opgeef en terug wil. Eenmaal aangekomen bij het punt waar we verkeerd waren gelopen bestudeer ik nogmaals de kaart van mijn wandelapp. Een eind voorbij het huis loopt een verharde weg. Ik krijg een nieuw sprankje hoop en wil het pad in de richting van het huis nog wel een keer proberen. Maar Lisa voelt doornstekels in een van haar laarsjes en dat doet zeer. Het ritsje van het laarsje is echter stukgegaan en we krijgen de schoen niet uit. Even later volgt Lisa me zonder klagen en met een pijnlijke voet op mijn nieuwe expeditie.

Als we dichter bij het huis komen zien we dat wij aan de ene kant van een kloof lopen, en het huis, waar ongetwijfeld ook een auto kan komen, bevindt zich aan de andere kant van de kloof. Ik zie hoe Lisa de moed in haar laarsjes begint te zakken. Haar schouders hangen laag en ze heeft dit keer maar weinig praats. Maar dan, na nog een half uur ploeteren, staan we ineens op de verharde weg. We zien er niet uit: vies, gescheurde kleren, bebloed en volledig lek geprikt. We moeten nog vier kilometer, maar dat is allemaal over de verharde weg. We beloven onszelf een glas wijn en de gedachte hieraan houdt ons eenvoudig op de been. Als we weer in de haven lopen zie ik ineens een halfvergaan bord. In drie talen wordt uitgelegd dat hier het wandelpad begint naar het dorp Valverde.

In de boot zoek ik het op internet allemaal nog eens op. De naam van het pad van de haven naar het dorp is ‘Camino ancho’. Het betekent brede weg en het was ooit de hoofdweg om goederen van en naar de haven te vervoeren. Ik kan niet geloven dat dit over ons pad gaat. Het hoogteverschil bedraagt maar liefst 590 meter, dus gebruikte men, waar mogelijk, lastdieren voor het tillen van de last. Wat ik inmiddels heel goed kan begrijpen. En dan valt me nog iets op. Het pad is ooit gebruikt door Koning Alfonso XIII. Nieuwsgierig geworden zoek ik verder. Op 4 april 1906 bezoekt de koning van Spanje El Hierro. Het schip gaat voor anker en zijn gevolg zet de koning af met een roeiboot. Op de foto bij het artikel zie ik een vlakke zee en een boel mensen aan de kant. De koning begint omhoog te lopen (er is geen weg) richting Valverde. Maar ineens besluit hij samen met zijn entourage om terug te keren. Ze gaan niet naar de hoofdstad Valverde, waar een grote menigte op de koning staat te wachten. Het komt de koning op veel kritiek te staan. Later laat de koning via een telegram weten dat de weersomstandigheden in de haven zodanig waren dat ze hadden moeten besluiten om te keren. Ik moet lachen. In gedachten zie ik de koning en zijn gevolg over het pad omhoog ploeteren. “De volgende keer neem ik mijn kapmes mee. En een muildier.”, zeg ik tegen Lisa, die al een tijdje geconcentreerd met haar mobiel bezig is. “Of we nemen gewoon de juiste route!” Lisa duwt me haar mobiel onder mijn neus. Op het schermpje zie ik een wandelroute vanuit de haven naar Valverde, maar het is niet dezelfde route is die wij hebben ‘gewandeld’.

De maandag daarop laten Lisa en ik ons opnieuw prikken. Niet door cactussen die ons de weg versperren, maar in het ziekenhuis. Drie minuten na de afgesproken tijd hebben we allebei een ‘boosterprik’ in onze arm.

Natuurlijk vind ik het weer superleuk om een reactie te krijgen.

Wat vind je van deze post?

Klik op een ster om dit verhaal te beoordelen!

Omdat je dit bericht interessant vond...

Deel dit verhaal op jouw sociale media!

Martin Hordijk

Bootleven

Dit is een serie verhalen over het leven aan boord. Over hoe we het roer hebben omgegooid. Over Lisa en mij. Alledaagse situaties op een humoristische en soms gevoelige manier. beschreven. Op termijn hoop ik dat deze verhalen een geheel vormen en dat ik een vorm vind om ze te publiceren.

In deze reeks

Overige reeksen

8 Reacties
  1. René Zwiers

    Leuk om zo de verschillen per eiland te lezen; mijn referentie is Cycladen maar ik word steeds nieuwsgieriger naar het groen van de Canarische Eilanden. Ik ga googelen welke beesten er zitten 🤪✅

    Antwoord
  2. Marjolijn

    Bijzonder! Ik zie mezelf daar lopen… prachtig beschreven; inclusief het geploeter! En die stomme buschauffeur!
    Alleen die Spaanse text op de deur; wat betekent dat nou precies?

    Antwoord
  3. Martin Hordijk

    Dank jullie wel! Wat de beesten betreft, dat viel Lisa vooral tegen. “Vogels en hagedissen!” Ik denk dat we zelf ook nog wat beter moeten gaan zoeken. Wat betreft het bordje, er staat zoiets als: Bel ons op een van de volgende nummers.

    Antwoord
  4. Aukje

    Ik heb genoten! Wat een barre-tocht!El Hierro doet mij denken aan Puerto de Hierro estado Sucre Venezuela ! Waar ik heel vroeger gewoond heb ! 🇳🇱⚓️

    Antwoord
  5. Erik

    Leuk verhaal over het leukste eilandje van de Canarische Eilanden. Ik heb 5 jaar op Canaria gewoond en op alle eilanden gewerkt, maar El Hierro steekt er met kop en schouders bovenuit. 1 van de kleinste eilanden met een beetje van alle andere eilanden. De belevenissen met de lokale bevolking en autoriteiten komen ook erg bekend voor haha. Marjolijn, de tekst: “we zijn naar het vliegveld, bel ons op één van de volgende nummers”. Veel plezier nog!

    Antwoord
  6. Martin Hordijk

    @Aukje, wat een leuke reactie! En Venezuela staat op ons lijstje hoor!! Maar er is voorlopig nog zo veel te beleven hier.
    @Erik, dank je wel! Wat grappig dat je dingen herkent! Zelf vind ik El Hierro wel wat stil (wij houden ook wel van wat mensen om ons heen). Maar ik was wel erg onder de indruk van de natuur en het verhaal van de oorspronkelijke bewoners… Een kwestie van goed kijken en de verschillen op je in laten werken denk ik. Dan blijken alle eilanden ineens veel aantrekkelijker.

    Antwoord
  7. Femke

    Smullen weer! Hoe is het met het kapotte laarsje van Lisa? Of beter, jullie kapotte lijven…?!
    Liefs!

    Antwoord
  8. Martin Hordijk

    Dank je wel Femke! 😁 Ik vrees dat het laarsje het niet meer doet, want het ritsje is afgebroken 😕 Maar wij zelf kunnen wel tegen een stootje hoor. Daar houden we geen littekens aan over!

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.