Blogpost door Martin Hordijk
Op aug 9, 2019
LiveMarvelouz
Op stap met de chocolademan
0
(0)

Ik zit met mijn borst geleund tegen de zeereling en mijn benen bungelen over de rand van de boeg. Ik wacht tot de boeg van de boot een volgende golf zodanig aansnijdt dat het opspattend water over mijn voeten zal spoelen. Dat is al een paar keer gebeurd sinds ik hier ben komen zitten. Lisa en ik hebben een tijdje samen zitten praten, maar Lisa is niet lekker. Ze staat op en schuifelt heel voorzichtig terug naar de kuip. Ik strek mijn benen nog wat meer en word beloond met een nieuwe golf die over mijn voeten slaat. Ik blijf nog een tijdlang zitten mijmeren. De zon staat laag en weerkaatst een geel-oranje fonkelend licht op een zee vol flauwe golfkopjes. We maken onze eerste oversteek op eigen kiel. Maar de kick die ik hier op de boeg ervaar wordt door Lisa vast nog niet zo beleefd.

Kort voordat ik, een uurtje geleden, de hachelijke tocht door het gangboord in Lisa haar richting maakte, had ik met een grote grijns op mijn gezicht, de blik van Lisa proberen te vangen. De wind was nog even aangetrokken en gaf de boot een heerlijk extra zetje in de rug. Lisa, die helemaal voor in het gangpad zat, keek versufd naar de horizon. Ze had al een flinke poos voor op het dek gezeten. Maar liefst twee keer op rij had ze haar buik- en bilspieroefeningen gedaan. Ik zat helemaal achter op de boot en genoot van het zeilen. Toen onze blikken elkaar eindelijk kruisten deed ik met mijn handen een raceboot na. Lisa reageerde met een theatraal kots-gebaar. Ik liep half gehurkt door het gangpad in haar richting terwijl ik de zeereling goed vasthield. Zowel de wind als de golven kwamen schuin van achteren waardoor de boot voortdurend met haar kont van links naar rechts bewoog. Telkens kam de boeg even omhoog om meteen daarna de golven in te duiken.

We hebben nog iemand aan boord en dat is Robert. Het is een kennis van Kevin, de man die voor ons de boot heeft ‘gekeurd’. Kevin wist nog wel iemand die een paar dagen zou kunnen meezeilen zodat we onze nieuwe boot konden leren kennen. Lisa was meteen helemaal te vinden voor dit plan en via de e-mail had ik met Robert afspraken gemaakt.

Toen Lisa en ik voor het eerst naar Preveza vlogen voelde dat als een korte vakantie. Lisa kon een extra dag vrij nemen voor het paasweekend en zowel de omgeving van Preveza, die we met een huurauto verkenden, als de boot vielen goed bij ons in de smaak. Na de bezichtiging van de ruim veertien meter lange Beneteau Oceanis Clipper deden we direct een bod, waardoor we dezelfde avond nog een deal en ‘s avonds, in een restaurant aan een pleintje in Lefkas, tekenden we het voorlopig koopcontract. Er was in voorzien om van de koop af te zien als de survey (een zeer uitgebreide technische check) te veel mankementen aan het licht zou brengen. Voor ons vertrek naar Preveza had ik al een afspraak gemaakt met ene Rolf. Hij had toegezegd op maandag 2e paasdag samen met mij de survey te zullen doen. De uiterste datum om van de koop af te zien was dan ook bepaald op twee weken na het tekenen van het voorlopig koopcontract. Het was dan ook een grote teleurstelling toen we de dag erna werden gebeld door Rolf met de mededeling dat hij de survey twee dagen later niet kon doen omdat hij toch liever thuis wilde zijn om Pasen met zijn vrouw en kinderen te kunnen vieren. Om het telefoongesprek aan te nemen had ik de auto gestopt langs een bijna verlaten strand. Zittend in het zand en boos van onmacht belde en mailde ik alles en iedereen die me hier zou kunnen helpen. Uiteindelijk kreeg ik een reactie van Kevin. Kevin was officieel ‘survyer’ en wilde me graag helpen, maar hij kon onmogelijk eerder dan 18 mei. Als ik bij de keuring aanwezig zou willen zijn zou ik dus over een paar weken opnieuw naar Preveza moeten vliegen. Uiteindelijk lukte het om het uitstel ook bij de verkopende partij geaccepteerd te krijgen.

Toen Lisa en ik ontdekten dat onze wensen voor een huis in Spanje niet op korte termijn realiseerbaar waren vertelde ik mijn vader over onze plannen om een zeilboot te kopen. Ik legde hem uit dat we er in elk geval een jaar op wilden gaan wonen in de haven van Valencia. Een relatief goedkope haven in Spanje, op relatief korte afstand van Ibiza en Mallorca en in een stad met relatief veel mogelijkheden voor Lisa om een baan te vinden of te starten met een onderneming. De reactie van mijn vader was echter minder enthousiast dan toen we hem voor het eerst vertelden van ons voornemen om een tijd in Spanje te gaan wonen. Toen verraste hij ons met zijn reactie. Hij gunde het ons en bovendien snapte hij onze wens ook goed. Maar dat was alweer zo lang geleden. Nu onze plannen al zo concreet waren was hij heel wat minder enthousiasme. “Een onzalig plan!”, vond hij het. Toegegeven, op het moment dat we hem bijpraatten over onze plannen, waren mijn zus en zwager óók net op zoek naar een zeilboot. Jacomien had een sabbatical van haar werk voor een half jaar om samen met Hans in Griekenland te gaan zeilen. Ik denk dat mijn vader zich in stilte realiseerde hoe lang hij onze bezoekjes zou moeten missen. Zou hij toen al hebben aangevoeld dat hij niet lang meer zou hebben te leven?

Twee dagen na de bezichtiging van de boot was er gelukkig wat meer zicht op een goede afloop. Ik had inmiddels een afspraak gemaakt met Kevin voor de survey en ik zou hem zelfs nog even ontmoeten voor een kopje koffie op 2e paasdag. Lisa zou dan alweer zijn teruggevlogen naar Nederland. Tijdens ons laatste dagje samen van ons onverwachte paas-uitje hadden we een tocht langs de moerassige meren en de binnenzee ten noorden van Preveza in gedachten. Toen we met de auto Preveza op weg gingen naar onze dagbestemming werden we eerst nog getrakteerd op een stukje cultureel erfgoed: de resten van een opgegraven amfitheater. Maar tijdens dit momentje ‘Griekse oudheid’ werden we ruw opgeschrikt toen mijn broer Leo mij belde. We hadden ons reisje naar Griekenland pas op het allerlaatst geregeld en Leo wist niet eens dat we zo ver van huis waren. Hij vroeg me of ik mee wilde gaan naar onze vader. Zijn vriendin Christa had Leo gebeld en vertelde dat het niet goed ging met hem. Hiervan was Leo erg geschrokken. De week voorafgaand aan het paasweekend was bekend geworden dat mijn vader een ontsteking had aan zijn alvleesklier. Enigszins uit onze vakantie-roes gehaald en weer helemaal in hier-en-nu waren Lisa en ik daarna nauwelijks meer geïnteresseerd in de stenen puinhoop. Lopend langs de ruïnes las Lisa me voor over de functie van de alvleesklier, de relatie met darmklachten en… de mogelijkheid van alvleesklierkanker.

In de weken die volgden bleek ons angstscenario bevestigd te worden. Op 4 juni, een paar weken nadat ik opnieuw naar Griekenland zou gaan voor de survey met Kevin, kreeg mijn vader de bevestiging. Hij zou waarschijnlijk niet lang meer te leven hebben. Dit was het begin van een bijzondere tijd. Marjolijn en Chris, mijn zus en zwager uit Australië vlogen het weekend daarop al voor onbepaalde tijd naar Nederland. In deze tijd woonde Lisa en ik afwisselend in onze camper of zorgden we voor huizen van anderen. Terwijl Lisa de taak op zich nam om in ons oppashuis van dat moment te zorgen voor de levende have, ging ik drie, vier en soms wel vijf dagen per week naar het huis van mijn vader. Met Marjolijn en Chris deed ik allerlei klussen en we zorgden afwisselend voor onze vader en Christa. Onze camper had ik achter het huis geparkeerd. Het werd mijn tijdelijke onderkomen in deze dagen, maar het was ook een ‘hide away’. We wilden er zijn voor mijn vader en Christa, maar we voelden ons ook snel te veel als er bezoek was en omdat we mijn vader en Crista samen-tijd gunden. We deden onze klussen zo rustig en onzichtbaar mogelijk achter het huis, of in de schuur. Of we dronken koffie of een borrel en maakten zachtjes muziek naast de camper.

Op 28 juni tekende ik, in Preveza, eindelijk het koopcontract van onze boot. Mijn zus Jacomien en Hans waren al tweeënhalve maand daarvoor naar hun boot in Italië vertrokken voor de zeil-sabbatical. Ze hadden echter veel problemen gehad en ze waren nog maar net begonnen aan het echte zeilen. Dit plaatste Jacomien denk ik voor een enorm dilemma. Ze wilde vast graag bij mijn vader zijn, maar ze wilde ook loyaal zijn aan het afgesproken half jaar zeilen met Hans.

Op 25 juli overleed mijn vader. Een maand en drie weken na de diagnose. Na weken van hard werken, emotionele achtbanen, mooie momenten, aanvaringen en evenzovele goedmakertjes trokken we op 9 augustus de deur van mijn vaders huis achter ons dicht. Zo’n twee maanden later dan ik aanvankelijk had bedacht. De overtochten naar Italië en Spanje zou ik in de zomervakantie doen zonder Lisa. Ik had daarvoor al wat gegadigden, maar door de ‘vertraging’ was dat niet meer mogelijk. Lisa en ik zouden de hele tocht dus samen moeten doen. De keerzijde was dat Marjolijn en Chris hadden aangeboden om mee naar Griekenland te gaan, om ons daar nog wat op weg te helpen, voordat ze weer richting Australië zouden vertrekken. In Jacomien’s auto en met een haastig gekochte aanhanger reden we door Duitsland, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Servië en Noord-Macedonië naar Preveza in Griekenland. Na de eerste bloedhete nacht op de boot volgde een absoluut hoogtepunt. Jacomien en Hans waren na hun vertrek in Italië inmiddels vlakbij gekomen en het was superleuk om hun boot te bekijken en hen de onze te laten zien. Marjolijn en Chris voeren nog een paar dagen met Jacomien en Hans mee en hielpen ons daarna nog met allerlei klusjes.

En toen ineens waren Lisa en ik weer met z’n tweeën en kwam de afgesproken datum van de tewaterlating ineens akelig dichtbij. De survey had een aantal onvolkomenheden opgeleverd, maar we hadden zelf ook een flinke lijst van wenselijke verbeteringen voor onze droomboot opgesteld. Installatie van zonnepanelen, nieuwe accu’s, een nieuwe laag antifouling op het onderwaterschip, installatie van AIS (een systeem waarmee andere boten jouw positie en koers op het water kunnen zien) en ga zo maar door. En tot overmaat van ramp groeide de lijst ook uit zichzelf, alsof het een levend ding was met een eigen wil om te groeien. Iedere dag ging er wel iets stuk wat dus gerepareerd of vervangen moest worden. En ondertussen leefden we boven op de boot, op een stellage hoog boven het zand van de hete, stoffige werf.

Op de dag dat de boot het water in zou gaan werden we om kwart over tien gebeld door Robert, onze meezeiler voor een paar dagen. ‘Where is your boat?’, vroeg hij. Ik stond even met mijn mond vol tanden. Hoezo? De laatste keer had hij zich zonder problemen naar onze boot laten brengen. ‘Uh… It’s still on the same location!’ Op dat moment zie ik een auto langsrijden met Robert hangend uit het raam. ‘O, now I see it! Your boat has changed so much!’ Samen met Kevin stapt Robert uit de auto. Kevin maakt complimentjes over de boot en hoe deze er uit ziet. Robert heeft inmiddels zijn tas al naar boven gesjouwd, want ik hoor Lisa hem zijn hut aanwijzen. Even later komt Robert het steile trapje weer af naar beneden. ‘I’ll come back later. Kevin asked me to give him a hand on another boat.’ Terwijl hij dat zegt zien we de auto van Kevin onder de boot wegrijden. Kevin blijkt aan een bijzonder acute vorm van geheugenverlies te lijden en hij is Robert vergeten of hij heeft hem misschien toch niet zo heel hard nodig.

De uren daarop loop ik met Robert de boot door. Ik laat hem de dingen zien waarvan ik hoop en verwacht dat hij ze wil zien, zoals het reddingsvlot, de lijnen en de navigatieapparatuur. Maar langzaam dringt tot me door dat Robert het allemaal veel minder interessant vindt dan ik hoopte. ‘I’ve read Kevin’s survey report’, vergoelijkt hij met een glimlach. Een uur eerder dan afgesproken en daarmee volkomen onverwacht hoor ik de enorme tractor aankomen die onze boot naar de waterkant zal brengen. Voor op de aanhanger zitten twee mannen lui te wachten tot de man in de tractor ze op de plaats van bestemming heeft gebracht. ’You’re one hour early?’, vraag ik een van hen. De man haalt zijn schouders op en mompelt iets als ‘Sorry’. Lisa is ook afgekomen op het geluid van de tractor en staat halverwege het trapje. Snel nemen we door wat er nog gebeuren moet. Opruimen van de walstroomaansluiting, de waterslang oprollen, de fenders op hun plek hangen en de springlijnen klaarleggen. Robert loopt intussen doodgemoedereerd weg van de boot. Met een sigaret in zijn mond loopt hij over het terrein in de richting van de zee, waar we in het water zullen worden getild. ‘I’ll check how high the fenders need to be’, luidt de opdracht die hij zichzelf gegeven heeft. Ik kan hem amper horen, maar over zijn schouder zie ik wolkjes rook. De waterkant is een eind lopen, en ik verdenk hem ervan dat hij vooral trek had in een sigaret. Als Lisa en ik tien minuten later klaar zijn en beneden komen zitten de drie mannen, zonder enige zichtbare haast, gehurkt onder onze boot te kletsen in de schaduw. Als ik laat weten dat we klaar zijn komen ze in actie als een gesmeerde machine. Elk van de mannen heeft zijn eigen taak en in mum van tijd laten ze de enorme staanders zakken die onze boot al die tijd veilig hebben ondersteund op het droge. De bestuurder van de tractor rijdt de uit de kluiten gewassen en schaarvormige aanhanger stukje bij beetje onder de boot door. Waar een staander verdwijnt komt een hydraulisch geveerde steun op de aanhanger omhoog. De aanhanger wordt volledig om de kiel heen gemanoeuvreerd en de hydraulische steunen worden tegen de huid van de boot geduwd als de laatste staander is verdwenen. Een paar tellen lang balanceert de boot volledig op zijn eigen kiel.

Als ik zie dat Lisa met haar volle aandacht het hele proces staat te filmen loop ik met een emmer antifouling en kwast ook richting van de waterkant. Een kwartier later is de boot in een enorme vierkante kraan getakeld. Twee enorme spanbanden lopen onder de buik door van onze boot Marín. Met de kwast smeer ik de laatste onbehandelde plekken van het onderwaterschip in met antifouling. Zonder dat ik de drie mannen iets hoef te zeggen komt hun samenwerking weer even soepel op gang als daarvoor. Tien minuten later dobbert onze Marín in een diepe bak met water. Van Robert weet ik inmiddels dat we nu in staat zullen worden gesteld om de boot eerst op lekkage of andere levensbedreigende ongemakken te checken, alvorens de enorme lift met de spanbanden weer vertrekt naar de volgende klant. En dat is maar goed ook, want als ik de motor wil starten gebeurt er helemaal niets. Robert en ik proberen van alles, maar het haalt niets uit. Op de kant bemerk ik nog niets van enige onrust. De mannen staan te kletsen en de kraan, met de banden nog onder onze boot, staat nog geduldig op dezelfde plek. Toch besluiten we hulp in te roepen. De mecanicien van de jachtwerf blijkt geheel toevallig naast de boot te staan en kletst met een van de opzichters. Hij kan wel even meelopen en even later ronkt onze diesel tevreden. Toch besluit ik dat het kortsluiten van de plus en minpool van de startmotor, met een grote schroevendraaier, niet de manier is waarop ik in het vervolg de dieselmotor van onze Marín wil starten. Er moet dus een elektricien komen.

Aan het eind van de middag stapt de elektricien met zijn hulpje bij ons aan boord. De boot hebben we inmiddels verhaald (een dure nautische term waarmee je eigenlijk wil zeggen dat je een boot verplaatst) naar een ander plekje en daarmee hebben we plaats gemaakt voor andere zeegangers, of voor hen die de boot juist op het droge willen hebben. De elektricien zit vooral heel geduldig op zijn billen op de vloer van onze hut te wachten als hij zijn hulpje weer eens naar de auto heeft gestuurd, om iets te halen. Tegen borreltijd kan Marín weer op de ouderwetse manier, met de sleutel worden gestart.

In de dagen die volgen varen we met Robert onze eerste probleemloze mijlen. We varen van Preveza via Paxos en Corfu naar Ereikoussa. Onderweg moet ik regelmatig enige druk uitoefenen op Robert om met hem dingen uit te zoeken of uit te proberen. Maar het helpt enorm, zo leer ik snel, als hij daarbij de mogelijkheid ziet om tegelijkertijd een sigaret op te steken. Robert is enorm aardig en absoluut behulpzaam, maar een beetje op een lijzige en vooral stille manier. Hij is geen prater en wat hij doet gaat in een gezapig tempo. Zeven jaar geleden is Robert gepensioneerd als mechanicus op de grote vaart. Toch ziet hij er niet erg oud uit, wat ik erg verrassend vind omdat hij voortdurend rookt en al het eten dat we hem aanbieden afslaat. ‘No thanks, way too healthy!’, zegt hij dan met een brede grijns. Als we met hem uiteten gaan zien we tot onze verassing dat hij wel degelijk meer lust dan alleen maar chocola.

Kort nadat we de haven van Ereikoussa uitvaren wil ik de koers verleggen naar ons eerste en enige waypoint: Crotone aan de Italiaanse kust. Maar Robert dringt eropaan te wachten tot we de enige boot in de omgeving voorbijgevaren zijn. Ik ben verbaasd. De zeilboot dobbert met alle zeilen gehesen, goed een mijl voor ons en ligt ver buiten onze koerslijn. Het blijkt een prachtige grijze X Yacht (voor de kenners) maar er zit geen beweging in. Ik dien protest in bij Robert. Als we wachten met verleggen van onze koers moeten we een idiote bocht om de X Yacht heen maken om daarna een bocht terug te maken naar de uitgezette koers. Robert houdt vol en vindt dat ik om de boot heen moet varen. Ik probeer me voor te stellen wat de mensen op de zeilboot wel niet van ons zullen denken. En is het mijn fantasie of zie ik ze naakt zitten in de kuip? Is dat wat Robert (hij heeft zijn ogen laten laseren) al veel eerder heeft gezien? Ik maak het rondje af en vaar met een boog om de boot heen. Ik kan niet vaststellen of mijn verbeelding klopte want ik zie niemand meer aan dek. Nog steeds op de motor zet ik vervolgens de automatische piloot aan het werk. Een half uurtje later pikt de wind op en ik vraag Robert me te helpen met het hijsen van de zeilen. Met een sigaret in zijn mond staat Robert even later bij de mast. Nu we beide zeilen hebben staan maken we flinke vaart en zet ik de motor uit. Rust. Heerlijk. Ik geniet met volle teugen! De X Yacht die we een kwartier daarvoor waren voorbijgevaren heeft de wind blijkbaar ook goed in de zeilen, want ze is inmiddels bezig met een heuse inhaalrace en loopt gemakkelijk op ons in. Drie jongens, met leren opengewerkte zeilhandschoentjes kruisen vlak achter ons langs in hun nog grotere, nieuwere en snellere zeilboot. Is dit om ons terug te betalen omdat we ze kort daarvoor hebben gestoord in hun naturistisch momentje? In mijn eer aangetast verander ik wat aan de stand van de zeilen en zo blijven we een tijd lang gelijk op gaan. Even later gaan de jongens overstag. Het voorzeil klappert een tijd lang genadeloos in de wind. Dan gaat de boot nogmaals overstag. Er komt weer vaart in de boot maar de koers wordt verlegd. Een minuut later volgt een nieuwe overstag. Klapperende zeilen. Weer een overstag. We laten ze achter ons. Na zo’n vijf uur zeilen is het gedaan met de zeilpret. Het kleine beetje wind staat nu precies op de neus. We halen het voorzeil in en voor de stabiliteit van de boot laten we het grootzeil staan. Al motorzeilend varen we het schemerdonker in.

Het eiland Othonoi wil maar niet uit het zicht verdwijnen. Het is ver voorbij zonsondergang als het eiland nog steeds als een grote grijze vlek zichtbaar afsteekt tegen de pikzwarte horizon. De afgelegde afstand sinds Othonoi is ruim 20 mijl en de afstand naar de hiel van de Italiaanse laars bedraagt nog zo’n 30 mijl. Wanneer we later de vuurtoren van Maria de Leuca als een vage flikkering voor ons zien opdoemen is er niets meer waar te nemen in de richting waar we vandaan komen. Lisa is nog steeds niet lekker en blijft het liefst aan dek, dus ik ontferm me over al het keuken-werk. Ik heb bedacht dat ik macaroni met paprika wil maken. Speciaal tegen haar principes in heeft Lisa vanmiddag een potje met een soort van macaroni-saus met vlees gekocht in het mini winkeltje op Ereikoussa. Speciaal voor Robert gekocht, maar omdat Robert heeft aangegeven niets te willen eten kan ik gewoon mijn eigen gang gaan. Wijdbeens en al swingend op de golven bak ik de groentes en kook de macaroni. In de kuip en onder het genot van een glaasje witte wijn eten we onze eerste, tijdens het varen gemaakte maaltijd. Robert heeft zichzelf bediend en eet wat chocola.

We hebben afgesproken dat we om de beurt een uur lang een nacht shift doen. Robert verdwijnt om half negen naar zijn hut en Lisa en ik beginnen een gezamenlijk shift. Geamuseerd beantwoord ik in het donker allerlei zeil-gerelateerde vragen van Lisa. Denkt ze nu werkelijk dat ik dat allemaal weet? Ze vraagt me van alles over de wind, de zeilstand, de koers, ‘… en moeten de navigatielichten niet aan in het donker?’ Met het schaamrood haast ik me naar binnen om de lichten aan te doen. Gedurende de nacht nemen de golven in hoogte toe maar de snelheid gaat omlaag. Als ik later in de nacht door mijn telefoon wordt gewekt voor mijn shift alleen merk ik dat de boot op de ander zijde ligt. De wind zou gedurende de nacht gaan draaien en dat is blijkbaar ook gebeurd. Als ik boven kom staat Robert een sigaret te roken. De wind komt schuin van achteren en na een tijdje wil ik de genua uitdraaien. Dat is een slecht idee. Na een paar minuten begint het voorzeil ontevreden te klapperen. Op deze koers neemt het grootzeil de genua alle wind uit het zeil. Net zo snel als ik de genua heb uitgerold rol ik hem samen met Robert weer in. Met de suggestie dat we het grootzeil morgen in het daglicht wel op kunnen ruimen verdwijnt Robert naar zijn hut. Tijdens mijn shift draait de wind nog wat verder en komt volledig van achteren. De golven komen nu schuin van achteren. De boot rolt heen en weer en het grootzeil, slaat voortdurend met een harde klap een kleine meter naar de andere kant. Ik trek de schoot zo strak mogelijk aan maar ga uiteindelijk toch Robert uit zijn slaap halen. Terwijl Robert de boot tegen de wind in stuurt probeer ik uit alle macht het zeil naar beneden te halen. Na een tijdje kom ik terug naar de kuip. Robert kijkt me vragend aan. De grootzeilval zit in een grote knoop en het duurt uiteindelijk zo’n twintig minuten voordat de rust is weergekeerd en Robert zijn welverdiende sigaret op kan steken. Als ik om zeven uur lokale tijd aan mijn laatste shift begin schijnt de zon volop. De wind is wederom gedraaid en komt nu van voren. We naderen de kust van Italië.

Wat vind je van deze post?

Klik op een ster om dit verhaal te beoordelen!

Omdat je dit bericht interessant vond...

Deel dit verhaal op jouw sociale media!

Martin Hordijk

Bootleven

Dit is een serie verhalen over het leven aan boord. Over hoe we het roer hebben omgegooid. Over Lisa en mij. Alledaagse situaties op een humoristische en soms gevoelige manier. beschreven. Op termijn hoop ik dat deze verhalen een geheel vormen en dat ik een vorm vind om ze te publiceren.

In deze reeks

Overige reeksen

4 Reacties
  1. Kirtsen

    Gaaf! Niet alleen jullie avonturen volgen in filmpjes maar ook lezen😘

    Antwoord
  2. Twan

    Eindelijk, wat hebben we toch lang op een nieuw avonturenverhaal moeten wachten. Maar het begin is gemaakt. We hopen nu dat er nog vele zullen volgen.

    Antwoord
    • Martin Hordijk

      Haha dank je wel Twan!

  3. Marja

    Die lijnen van jullie hebben volgens mij een behandeling met anti-klit spray nodig😉. Leuk Martin weer een polar steps verhaal. Verheug me er op de Marin in t echt te zien; en jullie!

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.