Onze eerste kennismaking met Tenerife
In oktober 2021 zeilden we van Cádiz naar Lanzarote. We hadden net onze eerste betaalde zeilreis gemaakt in Zuid-Portugal. Het was een zakelijke coachreis en we zagen het helemaal zitten. “Met dit soort zeilreizen gaan we ons brood verdienen! Zon, zee, mooie plekjes om te verkennen én werk waar we samen goed in zijn.” We zaten echter wel met een probleem. In de winter zouden we op maar weinig coach- of meezeilgasten kunnen rekenen in het relatief koude Zuid-Europa. Op een avond met kennissen, op de ankerplek bij Cádiz, ontstond het idee van de Canarische Eilanden. Lisa vond het niet direct een goed idee. Ze wilde in Europa blijven om ‘dichtbij’ haar moeder en onze dochter te zijn. Maar het idee dat we in enkele uren terug zouden kunnen zijn én de voordelen van dit nieuwe reisgebied trok Lisa uiteindelijk over de streep. De aankomst na deze eerste ‘lange’ overtocht (zie blog) voelde magisch. Vanaf dat moment zwierven we (tot december 2023) met onze boot Marín tussen de Canarische Eilanden. We deden een snelle verkenning van de oostelijke eilanden Lanzarote, Fuerteventura en Gran Canaria, maar Tenerife werd voorlopig onze uitvalsbasis. Vanuit hier maakten we met onze eerste gasten zeiltochten naar La Gomera, La Palma en El Hierro. Later verruilden we Tenerife voor Gran Canaria en konden we ook de oostelijke eilanden gaan verkennen. Vanuit het piepkleine en charmante La Graciosa (het noordelijkst gelegen eiland) verlieten we de ‘Canaries’ om enige tijd – met gasten – de Portugese eilanden Madeira en Porto Santo te verkennen. Vanaf oktober 2023 waren we voor korte tijd weer terug op Tenerife. We voelden ons inmiddels helemaal thuis op dit veelzijdige eiland. We verdiepten ons in de dictatoriale geschiedenis en hadden de bewoners beter leren kennen. Maar we kregen ook steeds meer aandacht voor de vele micro-klimaten en de nuances in het vulkanische landschap. Ik kan me dan ook nog goed herinneren hoe ik me aangesproken voelde toen één van onze gasten de omgeving rondom Amarilla, San Miguel (het zuiden van Tenerife) een onaantrekkelijke, dorre zandvlakte noemde. Wat vond ik dat ongenuanceerd van hem. Hij had nog maar amper iets van Tenerife gezien en kon dus helemaal niet weten hoe afwisselend het vulkanische eiland is. Hij had geen weet van de veelkleurige hoogvlakte rond de Teide, de berghellingen die prompt groen kleuren na een heftige regenbui of de prachtige rotsformaties met de zenuwachtig krijsende pijlstormvogels.

📍 Los Gigantes, gigantisch mooi.
Zeilen langs vulkaan en oceaan
Het is nu bijna twee jaar geleden dat we voor het laatst ons anker uitgooiden bij Tenerife. Een paar dagen geleden kwamen we aan in Santa Cruz. We namen afscheid van onze gasten, met wie we van de Azoren (en Madeira) naar Tenerife waren gevaren. En sinds vanochtend zeilen we, langs de uitgestrekte industriegebieden in het oosten, naar het drukke en toeristische zuiden van Tenerife. Enigszins overmoedig hebben we beide zeilen op staan. De werkelijke wind komt geregeld tussen de 30-35 knopen in de rug. Terwijl Lisa met de laptop op schoot bezig is een planning te maken houd ik met moeite de koers tussen de 130-150 graden ten opzichte van de harde noordoostenwind. De hoge golven geven de kont van de boot regelmatig een zwiepert waardoor de wind in de verkeerde kant van het grootzeil blaast. De bulletalie doet echter zijn werk naar behoren want steeds voorkomt hij dat het grootzeil overslaat. De stuurautomaat kan in deze omstandigheden zijn werk niet doen en dus zit ik zelf al enkele uren achter het stuur. Zigzaggend over de golven klappert dan weer het voorzeil – op dat moment komt het volledig in de windschaduw van het grootzeil – dan weer het grootzeil, als we weer in een beginnende gijp terecht komen. We zeilen in één van de acceleratiezones die de eilanden rijk zijn. Tussen de hoge vulkanische bergtoppen op Tenerife en de open zee wordt de noordoostpassaat hier flink samengeperst. Op volle zee, tijdens onze oversteek een paar dagen geleden, was de wind ook aanzienlijk maar steady. Maar hier voelt het alsof het eiland de volumeknop van de passaatwind helemaal heeft opengedraaid. Dicht onder de kust zijn de golven flink opgestuwd en ze voelen grillig en onvoorspelbaar. De omstandigheden vragen al onze aandacht en Lisa’s laptop is alweer enige tijd veilig opgeborgen. Samen kijken we naar het voorbijtrekkende eiland. Het lijkt wel of we alles weer voor de eerste keer zien. Het is september. De toch al niet al te groene oostkant van het eiland heeft weer een meedogenloos droge zomer achter de rug. Enkele jaren geleden heeft er een enorme brand huisgehouden op de hellingen waar we nu langsvaren. We kunnen het niet zien. Toch kan ik me voorstellen hoe de jonge aangroei nu snakkend op de harde grond ligt te wachten tot het nieuwe voorjaar straks weer wat regen en daarmee nieuw leven zal terugbrengen. Een beginnende zandstorm uit het Afrikaanse woestijngebied is zichtbaar bezig de lucht boven de hellingen mistig rood te kleuren. Het landschap dat we zien oogt troosteloos. Opeens moet ik weer denken aan de ongezouten kritiek van onze gast van een paar jaar geleden. De droge zanderige hellingen aan deze kant van het eiland doen me denken aan het enorme grondverzetbedrijf dat ooit neerstreek in de groene uiterwaarden vlakbij ons huis in Dodewaard. Ik zie nu dezelfde grote zandhopen, ertussen gebroken puin en erboven een nevel van stof.

📍 Meer dan 30 knopen wind in de rug – terug op Tenerife (oostzijde)
Om half zes draaien we het hoekje om bij Montaña Roja. Heel even valt de wind weg achter het eiland. Snel ruimen we de zeilen op. Dat had geen minuut langer moeten duren, want de wind valt ons nu wederom aan. Dit keer echter van voren, langs de andere kant van de rode berg. We zijn hier al vaak geweest. En zoals meestal, blaast de wind open en vrij over de ankerplaats. Vlak naast ons ligt een enorme tanker, verankerd tussen vier grote gele boeien. Via een onderwaterleiding pompt het schip kerosine naar de luchthaven op nog geen kilometer afstand. De rest van de avond kruipen we dicht onder de buiskap, want de harde wind voelt fris aan. Het geluid van harde wind en de pompen op het schip suizen in mijn oren als ik in bed de slaap probeer te vatten.
Tenerife in een nieuw daglicht
Lisa en ik hebben Punta Roja inmiddels weer verlaten. Nadat we de zuidoosthoek hebben gerond zijn we verder gevaren naar Los Cristianos. Tussen de drukke playas en de boulevard met de luidruchtige barretjes en eettentjes wordt Marin door een grote blauwe lift op de kant getild. De komende weken staan we hoog en droog op de kleine werf. Er is werk aan de winkel. Marin moet worden voorzien van een nieuwe laag antifouling en ik heb een waslijst aan klussen. Lisa heeft een waslijst aan bezoekjes die ze wil afleggen, maar daarvoor moet ze naar Nederland. Voordat ze zal vertrekken zijn we nog een aantal dagen samen om alles voor te bereiden. Op een ochtend beklimmen we de heuvel die uitkijkt over de ankerplek en het uitgestrekte Los Cristianos. Ik vertel Lisa dat ik op Facebook foto’s heb gezien van Los Cristianos ‘toen-en-nu’. Ooit was het een klein vissersdorp aan de voet van omringende en kale heuvels. Nu zien we hoe Los Cristianos is opgeslokt door honderden toeristencomplexen, flats, appartementen en bedrijven. Het toeristische zuiden van Tenerife strekt zich uit over vrijwel alle lagergelegen berghellingen tot aan Los Gigantes (in het westen). Op onze atlantische rondreis zagen we mensen veelal wonen in eenvoudige huizen of vaak zelfs hutjes verspreid en her en der opgaand in het landschap. Bevriende zeilers, die hier ten tijde van corona verbleven, schetsten ons het beeld van de desolate toestand waarin Tenerife verkeerde toen de toeristen ineens wegbleven en de flats en appartementen leeg achterbleven. Als we weer voorzichtige afdalen zie ik hoe mijn sportschoenen onherkenbaar rood zijn geworden van het stof. Ik denk onwillekeurig terug aan sommige van de wandelingen die we aan de andere kant van de oceaan hebben gemaakt. Ik herinner me nog hoe we dan vaak weggleden op de natte ondergrond. We hebben vaak een regenbui op onze kop gekregen. In Suriname en Trinidad stopte de bui overigens pas na enkele maanden. Vanaf Suriname was het dan ook groen, groener, groenst. Tenerife kleurt de afgelopen dagen vooral rood én grijs. De calima uit Afrika heeft bezit genomen van het hele eiland zodat we zelfs de heuvels vlak boven ons niet meer kunnen zien. Die middag lijkt het alsof het al avond is. Binnen op het aanrecht ligt inmiddels meer zand dan op het strand naast de werf.

📍 Het lijkt wel avond. Een rode mist hangt tussen de boten op de werf in Los Cristianos.
De dagen die volgen sjouw ik veelvuldig heen en weer tussen de vele ferretarias (letterlijk: ijzerwarenwinkels) waar ik steevast met een volle tas de winkel uitloop. En Lisa? Die wil me niet met een lege koelkast achterlaten en heeft uitgebreid boodschappen gedaan bij de Lidl en de Superdino. Verder heeft ze alles van stof naar de wasserette gebracht. Op onze Atlantische rondreis zou dit allemaal een regelrechte uitdaging zijn geweest. Fruit en groentes waren er nauwelijks te vinden of waren al bedorven nog voor we het konden afrekenen. De meeste basislevensmiddelen zaten in blik, hadden een Chinees etiket of waren schreeuwend duur. Westerse producten waren er simpelweg niet, laat staan materiaal voor de boot. Twee dagen op rij crosst Lisa heen en weer – en ook weer terug – over de bergen. “Het is de schuld van Google maps,” klaagt Lisa als ze ruim na zeven uur, nat van het zweet en volledig uitgeput, weer terug is op de boot. Ze heeft een bedrijf gevonden dat voor ons alle kussens en matrassen kan vervangen, maar Google maps wilde haar langs de steile kustroute sturen. Helaas zal Lisa nog een keer terug moeten om een stofje uit te kiezen. [Spoiler: die vervelende Google maps stuurt haar opnieuw verkeerd.] Wat is het heerlijk dat we weer ‘gewoon’ in Tenerife zijn! De calima is na zeven dagen nagenoeg uit de lucht verdwenen. Tussen de wolken zie ik weer een beetje blauwe lucht. Hoewel…? Als de baas van de werkplaats me naar de lucht ziet turen vertelt hij dat er komend weekend een nieuwe calima zal zijn. Ik zucht: “¡Vaya, otra vez la calima!”. Ik glimlach naar hem. Hier op Tenerife kan ik weer heerlijk mijn Spaans bijspijkeren.
Zomer- en winterweer
De noordoostpassaat rondom de Canarische Eilanden is de overheersende wind. Dat betekent dat de noord- en oostkust van de eilanden meestal meer dan voldoende wind hebben. In het zuiden en westen van de eilanden heb je vaker te maken met windloze gebieden, hoewel de lokale dagelijkse zeewinden een boel goed kunnen maken. Trouwens, zeilen op een strakblauwe oceaan is echt heel bijzonder. Lisa is een keer vooruit gesupt terwijl wij haar, met veel moeite en op grote afstand volgden naar de ankerplek. Rondom de eilanden zijn er dus de beruchte acceleratiezones (plaatselijke windversnellingen). In deze zones kan de wind soms toenemen tot wel twee keer de windsterkte. Als je op tijd reeft is het uitdagend en spectaculair tegelijkertijd. De verandering kun je op het water vaak al zien aankomen: het water wordt donkerder en de schuimkoppen verraden de harde wind die er waait. Wij kregen op een goede dag (althans zo was de voorspelling) drie uur lang wind tussen 35 en 52 knopen. Ik schreef erover in mijn blog voor Zeilwereld. In de zomer (juni–augustus) loopt het kwik regelmatig op richting de 30 graden. Calima’s komen wat minder vaak voor, maar als het gebeurt kan het drukkend warm worden. De acceleratiezones lijken dan vaak heftiger dan in de winter. In de winter zijn de omstandigheden wat gematigder: zonnig en stabiel, hoewel er van tijd tot tijd een harde wind komt uit het zuiden. Tenerife kent een aantal duidelijke klimaatzones. Het noorden is, als gevolg van de vochtige passaatwind uit het noordoosten, veel natter en groener dan het zonnige en droge zuiden. Hogere centrale gebieden hebben een milder en subtropisch klimaat met meer regen en soms valt er zelfs sneeuw op de top van de vulkaan El Teide. Het uiterste westen en noorden van Tenerife zijn rijk aan barranco’s — diepe, groene ravijnen. Een prachtig en uitdagend gebied voor wandelaars.

📍 Het Anaga-gebergte, barranco’s en groene valleien in het noorden van Tenerife
Havens en ankeren
De twee jaren dat we rond de Canarische Eilanden zeilden hebben we veel geankerd. Dat was echter niet altijd een vrije keuze, want veel havens of marina’s zijn er niet. De havens hebben ook lang niet allemaal plek voor passanten. Sommige havens hebben alleen plaats voor vissers of commerciële Spaanse charterboten. Lang van tevoren reserveren was nodig als we zeker wilden zijn van een plek. Maar onze emails werden vaak niet beantwoord en de telefoon niet opgenomen. De meest efficiënte manier in de praktijk was er naartoe te fietsen om ter plekke aan de balie een afspraak te maken (vooropgesteld dat Google maps Lisa de juiste kant op stuurde). Uit veel van de reviews op Navily zou je kunnen opmaken dat veel ankerplekken niet beschermen tegen de oceaan-deining. Maar Lisa en ik hadden tegen die tijd al honderden nachten op Canarische ankerplekken doorgebracht en hadden zo onze mening over deze medezeilers. “Het zijn gewoon watjes. Het zijn beginners en ze zijn niets gewend.” Maar dan vlogen de kopjes toch ineens van tafel omdat de deining hoger werd of uit een andere richting kwam. Slapen op de oceaan is nu eenmaal anders dan een nachtje op het IJselmeer. Gelukkig laten de meeste mensen zich meestal snel in slaap wiegen nadat ze de hele dag op het water zijn geweest. Een enkele keer vind je misschien helemaal geen beschutte ankerplek of een plaatsje in een marina op korte afstand. Bijvoorbeeld als er in de winter enkele dagen op rij een harde wind uit het zuiden staat. De weinige ankerplaatsen die daartegen wél beschut zijn liggen dan ook in korte tijd bomvol met overwinteraars. De ankerplekken hebben vaak een harde ondergrond (net zoals bij de meeste Vulkanische eilanden). Dat maakt het vaak lastig om grip te krijgen met het anker. Het laagje zand is meestal maar een paar decimeter. Toen we een keer voor een winterstorm moesten schuilen hadden we achter Punta Roja zelfs een dubbel anker uitstaan. Toch zorgde een plotselinge harde windvlaag ervoor dat alles losschoot uit het dunne laagje zand. We kregen het heel even erg Spaans benauwd. In een andere blog voor Zeilwereld (over vertrouwen) lees je meer over deze gebeurtenis.
Rondje naar de buureilanden
Tenerife is bereikbaar per vliegtuig met een rechtstreekse vlucht en de tickets zijn meestal erg betaalbaar. Het eiland biedt in onze optiek de meeste mogelijkheden voor een gevarieerde zeilreis met afwisselende natuur en mogelijkheden voor een mooie en interessante verkenning aan wal. De vaarafstanden op deze reis zijn gevarieerd. We starten meestal in de buurt van Las Galletas of San Miguel in het zuidoosten. Op een diepte van zo’n 1000 meter, tussen La Gomera en Tenerife in, is de kans dat je grienden kunt zien bijna 100%. Het is iedere keer weer adembenemend, als we een groep enorme dolfijnen (pilot whales) tegenkomen, soms zelfs met een jong kalf erbij. En dat ze dan vlak voor onze boot langs hun route vervolgen. Stoïcijns in- en uitademend. Als dat je niet ‘zen’ maakt… Als de deining meevalt kun je koers zetten naar Playa de Masca in het zuidwesten om daar het anker uit te gooien. Het is een wonderschone baai die overgaat in een geweldig mooie barranco (kloof). Vanaf de boot mag je de kloof niet in, maar dit mag de pret niet drukken. Het is er mooi genoeg. ’s Nachts kun je er genieten van een prachtig zicht op de heldere sterrenhemel. Tegen die tijd zwermen er vele pijlstormvolgels langs de steile rotsformaties achter de boot. Ze maken een geluid dat mij doet denken aan een didgeridoo. En ze stoppen pas met deze drukte als het weer langzaam licht wordt.

📍 De grienden volgen stoïcijns hun uitgezette route, desnoods vlak langs de boeg.
Als je hier een pas op de plaats zou maken is het Anagagebergte in het noorden een must voor als je van wandelen houdt. San Cristóbal de La Laguna is een authentieke plaats die daarbijeigenlijk niet overgeslagen mag worden. Dichterbij liggen Icod de los Vinos en Garachico. Vanuit Masca kun je koers zetten naar La Gomera. Dan trotseer je de acceleratiezone en leg je aan in San Sebastián — een kleurrijk stadje dat tegen de rotswand is aangebouwd. Aan de andere zuidkant van het eiland kun je voor anker in het schilderachtige hippie-dorp Valle Gran Rey. (De kans is groot dat je hier grote roggen kunt zien zwemmen!) Als het past in het schema kun je op La Gomera een rondrit maken of een wandeling langs de hoge afgronden of het eeuwenoude en mythische oerbos (Garajonay Nationaal Park) middenop het eiland. Een betere manier om de invloed van de verschillende klimaatzones echt zelf te ervaren is er niet. In het noorden word je verder getrakteerd op groene valleien, bewolking, laurierbossen en mooie dorpjes. In het zuiden zijn er de stranden en het toeristisch vertier. La Gomera kent nauwelijks bedrijventerreinen of industrie waardoor je meer proeven kan van het traditionele leven, met minder toeristische invloeden. Agulo, Vallehermoso en Hermigua zijn mooie authentieke dorpen op het eiland. Als de wind goed staat kun je de zeilreis misschien zelfs uitbreiden naar El Hierro of La Palma. Twee minder toeristische parels op de Canarische Eilanden. In deze blog schrijf ik over deze beide eilanden. Bijvoorbeeld over de vulkaanuitbarsting op La Palma. Lisa en ik waren er getuige van de enorme veerkracht van de mensen die er wonen. De prachtige hoofdstad Santa Cruz heeft een historisch centrum vol kleurrijke houten balkons, geplaveide straatjes en een koloniale architectuur. Caldera de Taburiente is het groene hart van La Palma: een gigantische krater van acht kilometer breed, omringd door steile bergwanden. In en tussen de vele barranco’s vind je naast riviertjes en watervallen pijnbomen, fruitbomen en dezelfde drakenbloedbomen die je ook op El Hierro veelvuldig tegenkomt. El Hierro is het kleinste en minst toeristische eiland. Net als op La Gomera en La Palma vind je hier mysterieuze nevelbossen en kromgewaaide jeneverbesstruiken.

📍 Ongerepte natuur. Lava in soorten en maten op El Hierro
Zelf meezeilen?
Ben je nieuwsgierig geworden en wil je wel ervaren hoe het is om zelf langs de Canarische eilanden te zeilen? In oktober en november kun je meezeilen op de Marin (vanaf Zuid-Tenerife). Iedere zeilreis heeft een kleinschalige insteek met maximaal vier gasten, persoonlijke aandacht en een eigen hut. Naast het zeilen is er ook volop ruimte om te genieten van natuur, zeilen en het eilandleven. Kijk op onze website in het reisschema voor alle mogelijkheden en data.

0 Comments